Bij

Bij op bloeiende hazelaar, Bert-René Brinkman

Herkenning

De bij is voor de meeste mensen geen onbekende. De bekendste bij is de gedomesticeerde honingbij. Maar er zijn heel veel soorten bijen die er ook allemaal anders uitzien. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze echte vegatariers zijn. Bijen leven op een dieet van nectar en stuifmeel. Bijzonder is dat ook de larven hiervan leven. Alle soorten bijen behoren tot de superfamilie Apoidea.

Op het moment zijn er zo'n 20.000 bijensoorten bekend. Daarvan er komen er 349 voor in Nederland en België. Helaas is maar liefst 60% van alle bijensoorten bedreigd in hun voortbestaan.

Binnen de bijenfamilie kan er onderscheid gemaakt worden tussen solitaire bijen (wilde bijen), hommels en honingbijen. Wilde bijen zijn meest solitaire bijen. In tegenstelling tot de bekende honingbij die in grote kolonies leeft, doet de solitaire bij alles zelf. Ze maken hun eigen nest en zoeken hun eigen voedsel. Vaak hebben wilde bijen een speciale relatie met hun leefgebied. Soms zijn ze zelfs voor hun voedsel geheel afhankelijk van één soort plant (monofaag). Dat maakt ze ook kwetsbaar.

Hommels en honingbijen leven niet alleen, maar in min of meer koloniale verbanden. Honingbijen en hommels vliegen op meerdere soorten planten (polyfaag), waardoor zij minder afhankelijk zijn van een bepaald leefgebiedje. Ook kunnen honingbijen en hommels grotere afstanden afleggen. Zij kunnen tot ongeveer 3 kilometer van de kolonie weggaan.

De honingbij is de bekendste van de drie bijensoorten door zijn algemene voorkomen en de grote getallen waarin zij te vinden is. Honingbijen worden gebruikt als bestuiver voor veel plantensoorten; zoals gewassen en fruitbomen. Maar ook de honingbij heeft het moeilijk.

Leefgebied

Bijen komen op ieder continent voor, met uitzondering van Antarctica, in alle ecosystemen waarin tweezaadlobbige planten groeien.

bloemen Mark Zekhuis

Inrichting

Voor iedereen met een tuin of erf geldt dat je een bijdrage kan leveren om de bijen te helpen.

  • Gebruik geen voor bijen giftige bestrijdingsmiddelen in uw tuin maar werk bij-vriendelijk
  • Plant of zaai de planten die voor bijen een belangrijke voedselbron zijn (zie drachtplanten) Wilde bloemen hebben vaak veel meer voedsel voor bijen.
  • Bouw bijenhotels (zie bijenhotels)

Voor een bij is het belangrijk dat er zonnige nestelplaatsen en bloemen in de buurt zijn. Hoe meer variatie in nestelplaatsen en plantengroei, hoe meer bijen er in een gebied kunnen leven. De grootste bijenrijkdom is dus te vinden in bloemenrijk gebieden met een mozaïekpatroon van kleine, verschillende leefgebiedjes.

Nestelplaatsen

  • Dood hout is een bron van leven, ook voor bijen. Spleten, holten, holle takjes en vraatgangen van keverlarven kunnen als nestelplaats dienen. Ruim dood hout dus niet op, maar laat het liggen. Vooral op zonnige plaatsen, zoals bosranden, hebben bijen hier profijt van.
  • Oude houten paaltjes kunnen een goede nestelplaats zijn. Als deze aan vervanging toe zijn, laat ze dan naast het nieuwe paaltje staan en ruim ze niet op. Gebruik voor nieuwe paaltjes bij voorkeur onbewerkt hout.
  • Door braam- en vlierstruiken gedeeltelijk te snoeien, ontstaan nestelplaatsen in de holten van de besnoeide takken.
  • Zandpaadjes zijn goede nestelplaatsen voor in de grond nestelende bijen. Bedek deze dus niet met grind, houtsnippers of asfalt.
  • In steile, zonnige zandwandjes zijn vaak bijennesten te vinden. Probeer dergelijke wandjes daarom te handhaven.
  • Door op zonnige plaatsen de bovenste laag van de bodem te verwijderen (plaggen) kunnen nieuwe nestelplaatsen ontstaan.
  • Bescherm grote nestelplaatsen in de grond tijdens de vliegtijd tegen vertrapping door vee of mensen.
  • Door delen van rietkragen niet of om de drie à vier jaar te maaien, ontstaan nestelplaatsen voor bijen die in rietstengels nestelen.

Bloemen

  • Maai niet of gefaseerd gedurende de periode van eind april tot begin september, zodat bijen in het hele seizoen voldoende voedsel kunnen vinden.
  • Intensieve begrazing door vee is nadelig voor de bloemenrijkdom. Houd begrazing daarom beperkt.
  • Door eenvormige, dichtgegroeide graslanden gedeeltelijk af te plaggen, kan weer een bloemenrijke vegetatie ontstaan.
  • Sommige bloemen zijn meer geliefd bij bijen dan andere. Bijen hebben dus baat bij bescherming van groeiplaatsen van deze bloemen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat het maaien van de betreffende delen van de vegetatie niet tijdens of vlak voor de bloeitijd van deze planten mag gebeuren.

Belangrijke plantenfamilies voor bijen zijn composieten, schermbloemen, kruisbloemen, vlinderbloemen en lipbloemen. Verder zijn onder andere de volgende plantensoorten van belang: braam, centaurie, knoopkruid, klaver, klokjes, paardenbloem, rolklaver, slangenkruid, wilg, zandblauwtje.

Bomen

Plant bijvriendelijke bomen op het erf. Goede bomen die veel honing leveren zijn; Esdoorn, Hemelboom, Gouden regen, Robinia, Honingboom, Linde, Tamme kastanje en zelfs Klimop.

Ook de aanplant van fruitbomen levert een goede bijdrage voor de bestuivers. Want dankzij de bij hebben we fruit.

Beheer

Het beheer moet er op gericht zijn op variatie. Voor een bij is het belangrijk dat er zonnige nestelplaatsen en bloemen in de buurt zijn. Hoe meer variatie in nestelplaatsen en plantengroei, hoe meer bijen er in een gebied kunnen leven. De grootste bijenrijkdom is dus te vinden in bloemenrijk gebieden met een mozaïekpatroon van kleine, verschillende leefgebiedjes.

  • Het mooiste is om bermen maar ook graslanden te hooien en niet te bemesten. Hierdoor groeien er minder grassen maar kunnen meer bloemrijke kruiden zich vestigen.
  • Ga niet klepelen op bloemrijke stukken. Spaar bloemrijke stukken met het maaien of maai pas na de bloei. Veel wilde bijen vliegen in de periode mei-augustus.
  • Maai alleen waar het nodig is. Sommige wilde bijen maar ook andere insecten gebruiken de holle (overjarige) stengels van kruiden die vorig jaar hebben gebloeid.
  • Op windluwe en zonnige plekjes kan je kruiden stimuleren door de voedselrijke toplaag te verwijderen met het schaven van de weg(berm) of met plaggen. Op die voedsel arme plek kiemen spontaan planten die meer bloeien. Eventueel kan je die plekjes ook inzaaien met een inheems (streekeigen) bloemenmengsel.
  • Op de heide of schrale graslandjes helpt het om af en toe voedselrijke plekjes te maken. Dat kan door takkenhopen te maken. Dat stimuleert de vestiging van braam, een zeer goede nectarplant die nooit gaat woekeren op de voedselarme zure heide.
  • In het voorjaar zijn amper bloeiende nectarplanten te vinden op de heide. Door zoals gezegd wat voedselrijkere plekken te maken, kunnen andere kruiden (duizendblad, kruiskruid, mannetjes ereprijs, hertshooi e.d.) zich vestigen. Naast grote takkenrillen, kan je ook plagsel of maaisel op rillen leggen, op zinnige plekjes. Ook bekalking van stukken heide zal de kruidenrijkdom verbeteren.
  • Op zonnige plekken kan je zorgen voor een kale bodem door te plaggen of schaven. Hier vestigen zich dan vaak zandbijen die hier hun holletjes maken. Ook steile kantjes minimaal 30 cm hoog of zandbulten met schraal zand, worden door dit soort graafbijen goed gebruikt.
  • Op windluwe en zonbeschenen plekken aan de bosrand of op de heide, is staat dood hout zeer aantrekkelijk voor wilde bijen. Het ontbreekt vaak aan dikke dode bomen die vrij staan in de zon en geen bast hebben. Maskerbijen, metselbijen en andere insecten die alleen van dood hout leven, hebben dit soort plekken nodig om een nest te maken. Spaar dode bomen op stam die in de zon staan of maak ze door wat flinke bomen in de bosrand of op de heide, te ringen. Soms is een stam van twee meter hoog al voldoende.
  • Op kleine kapvlaktes of open plekken in het bos kunnen spontaan goede nectarplanten gaan kiemen. Voorwaarde is vaak wel dat er voldoende en direct zonlicht op de bodem komt. Dat is vaak als de open plek, 1,5 of meer groter is dan de lengte van de bomen die rondom staan. Spontaan kiemen hier vaak braam, Koninginnekruid, vingerhoedskruid, akkerdistel of berenklauw dat zijn prima nectar planten.
  • Als op dit soort plekken onvoldoende kruiden kunnen (isolatie) of gaan vestigen dan kan je overwegen om wat te bosbodem te frezen en in te zaaien met een kruidenmengsel. Afhankelijk van de bodemtype moet je de samenstelling kiezen.
  • Naast staand dood hout, gebruiken de bestuivers ook houtstapels of takken bulten. Als ze maar in de zon liggen. Ook in rietstengels en takken van vlierstruiken, maken wilde bijen hun nest.
  • Randen van (voer)akkers inzaaien helpt voor algemene bijen en vlinders. Laat deze rand ook de gehele winter staan zodat muizen en zangvogels er ook van profiteren. Zeldzamere bestuivers zijn vaak kritisch en gebruiken maar een paar streekeigen planten, dus zullen amper gebruik maken van het bonte mengsel in de akkerranden.
  • Plant in het bos groepen met lindes aan. Prima nectarplanten. De kleinbladige en grootbladige lindes, zijn beide inheems maar helaas veelal zeldzaam door houtroof in het verleden. Je kan open plekken maken bijvoorbeeld in dennenopstanden en deze lindes daar aanplanten. Hun blad zorgt ook voor een minder zure strooisellaag.

Verspreiding in Overijssel

Verschillende soorten bijen en hommels vind je door heel Overijssel.


Terug naar planten en dieren in overijssel
Voor de grote lijnen op je erf
boerderij met bloemenrand
Plant fruitbomen en hagen via Streekeigen Huis en Erf