Boomkikker

boomkikker

De boomkikker is een klein, grasgroen egaal kikkertje van maximaal vijf centimeter. Van het neusgat tot op de heupen loopt op zijn rug en de wittige onderbuik, een bruine streep. Hij heeft lange tenen en vingers met op de toppen ‘hechtschijfjes’ waarmee hij goed kan klimmen.

De boomkikker is vaak te vinden in beplanting van een tot twee meter hoogte. Alleen tijdens de voortplanting – in mei en juni – kan je ze soms vinden in de oeverzone van het voortplantingswater. De kikker is vooral ’s nachts actief en luiert overdag het liefst in de zon. Zijn gekwaak is een hard, kekkerend geluid dat enkele kilometers ver draagt.

Luister naar de boomkikker >>

De eitjes van de boomkikker voegen zich samen tot een ‘eiklompje’, dat niet groter is dan een walnoot. De larven onderscheiden zich van andere soorten door de zwemzoom op de rug. Deze begint al ter hoogte van de ogen.

Waar vind je de boomkikker in Overijssel?

Zien is niet gemakkelijk, maar eind april en in mei kun je hem soms wel horen! De mannetjes brullen luid. De boomkikker komt voor in natuurterreinen en in het landelijk gebied rondom Enschede en in Noordoost Twente. Ook langs de Regge en de Reest kun je hem op sommige plekken horen. Boomkikkers kunnen zich goed verspreiden, maar open gebieden zonder landschapselementen zijn barrières voor boomkikkers. Gebieden met veel bos, een dicht wegennet, bebouwing en intensieve landbouw mijden ze het liefst.

Leefgebied

De boomkikker houdt oorspronkelijk van de overstromingsvlaktes van de grote rivieren. In een kleinschalig en nat landschap voelt hij zich echter ook thuis. Dan moeten er wel geïsoleerde wateren in de buurt zijn, waar larven kunnen opgroeien. Dit zijn bij voorkeur ondiepe en tijdelijke plassen of poelen die volledig in de zon liggen.

Er mag niet teveel oeverbegroeiing zijn en absoluut geen vis in het water. Het liefst heeft de boomkikker drogere bosjes en houtwallen in de buurt. Ook droge sloten en extensief beheerde weilanden met veel grote pollen brandnetels of bramen zijn aantrekkelijk voor de boomkikker. De grote, stevige bladeren van braam of els gebruikt de boomkikker om op te zonnen, insecten te vangen of om onder te schuilen tegen roofdieren.

Het leefgebied van de boomkikker bestaat uit vijf tot tien kleine en grotere wateren. Die mogen dan niet meer dan 500 meter uit elkaar liggen, omdat de boomkikker anders moeite heeft ze te bereiken. Het leefgebied (20 tot 200 hectare) heeft veel houtwallen, hagen en singels die zorgen voor een gevarieerde landbiotoop. Dit betekent wel dat er een intensief hakhout- en begrazingsbeheer nodig is om het water open te houden en de houtige elementen structuur te geven.

Inrichting

Een aantrekkelijk leefgebied voor de boomkikker heeft de volgende kenmerken:

  • Een kleinschalig en extensief landschap.
  • Veel kleine percelen met gras en diverse landschapselementen zoals houtwallen, heggen, singels, bosjes, sloten, poelen, hoekjes met ruigte enzovoort;
  • Bosrandbeheer of hakhoutbeheer aan de zonnige kant van het leefgebied, levert een mooie structuur op.
  • Begraasde stukken kun je beter uitrasteren, zodat het niet kaal wordt gegeten;
  • Door takkenstapels, takkenrillen of boomstobbes te creëren, wordt de ontwikkeling van bramen en andere klimmende kruiden gestimuleerd;
  • Het leefgebied moet windluwe en zonnige gebiedjes hebben, waar de luchtvochtigheid hoger is;
  • Randen van grasland of akkers moeten niet of zeer extensief beheerd worden. Dit randbeheer zorgt namelijk voor extra structuur en daar leeft de boomkikker graag;
  • Mooie mantel- en zoomvegetaties kunnen ook gestimuleerd worden door stroken uit te rasteren en niet meer te beheren. Daardoor zullen er zich spontaan ruigtekruiden vestigen. Dit betekent veel voedsel en schuilmogelijkheden voor de boomkikker;
  • Extensieve begrazing van graslanden is beter dan maaien. Grasland is beter dan akker. Zo verdwijnen er bijvoorbeeld veel boomkikkers als de maïspercelen geoogst worden;
  • Poelen en wateren met brede en ondiepe oeverzones moet aanwezig zijn in het leefgebied van de boomkikker. Het zijn namelijk dynamische, voedselarme, maar goed gebufferde wateren. Het liefst moeten ze 500 tot 2000 vierkante meter zijn. Een zonnige ligging kruidachtige vegetatie aan de oever, is aantrekkelijk voor de boomkikker. Er mag geen vis in het water voorkomen.

Beheer

Het leefgebied van de boomkikker heeft beheer nodig om het een dynamisch landschap te laten zijn. Zo moeten de wateren tot in ieder geval juli waterdragend zijn. Maar het is wel goed als ze af en toe droogvallen of leeggepompt en schoongemaakt worden. Vissen en andere roofdiertjes – gevaarlijk voor de boomkikker – verdwijnen dan uit het water.

De houtige opstanden kunnen met hakhoutbeheer eens in de vijf of tien jaar worden afgezet. Met het vrijkomende takhout kunnen takkenrillen en bulten worden gemaakt, waar ook kleine zoogdieren en zangvogels van profiteren. Kruidenrijke zomen met veel bloemen zijn aantrekkelijk voor insecten, dus ook voor de boomkikker. De grazige en ruige stukken moeten extensief beheerd worden. Dus geen bemesting en sommige stukken niet maaien of laten begrazen.

Meer informatie

Lees het bericht over bedreiging voor de boomkikker in Twente >>

Download het rapport over de boomkikkkers duurzaam tussen Aamsveen en Wittenveen >>

Meer informatie op de webiste van de RAVON.


Terug naar planten en dieren in overijssel
Rapport boomkikker duurzaam tussen Aamsveen en Witteveen
boomkikker web
Download hier het rapport dat wij in samenwerking met de RAVON en STAWEL hebben gemaakt.
Steekt u liever uw handen uit de mouwen?
boomkikker web