Das

das

Herkenning

Met een lengte van 70 tot 80 centimeter, is de das de grootste marterachtige van Nederland. De gemiddelde das weegt ongeveer tussen de 10 en 15 kg. De das is te herkennen aan zijn gedrongen, compacte lijf. Hij heeft korte poten en een hobbelige tred. De vacht is grijs met stugge, dikke haren op de rug. Ook opvallend zijn de zwarte en witte strepen die hij op zijn kop heeft. Zijn poten zijn sterk en hij heeft lange nagels.
Doordat de das een nachtdier is, zijn zijn reuk en gehoor zeer goed ontwikkelt. Zien kan hij niet zo goed. De das kan ongeveer 15 jaar oud worden, maar veel komen er om in het verkeer. Gemiddeld wordt de das niet ouder dan 5 jaar. Dassen zijn sociale dieren en wonen met een hele familie in grote ‘burchten’, oftewel holen in de grond.

Wil je meer weten? Bekijk dan dit ontzettend leuke filmpje van Jeroen en Lucas Klopenburg uit Deventer:

Leefgebied

De das heeft hoog gelegen zandige plekken nodig. Daarin kan hij zijn burcht graven. Hij moet daarbij geen last hebben van grondwater, dus vaak vind je de burchten in bossen of houtwallen. In de directe omgeving moet de das gebruik kunnen maken van vochtige weilanden of akkers. Hier vindt hij zijn voedsel. Dit moet rustig zijn met weinig wegen en rijk aan landschapselementen zoals houtwallen, singels, poelen, sloten en bosjes. Langs deze randen en elementen zoekt hij dekking en voedsel zoals paddenstoelen, kleine zoogdieren, kikkers, bessen, slakken, vruchten en graan. Regenwormen vormen zijn hoofdvoedsel. Die vindt de das op voedselrijke graslanden met een korte vegetatie, zodat de regenwormen gemakkelijk te vinden zijn.

Inrichting

Het leefgebied van een dassenfamilie is 50 tot wel 250 hectare groot. Hoe gevarieerder en kleinschaliger het landschap, hoe kleiner het leefgebied van de das hoeft te zijn. In een zeer aantrekkelijk dassenleefgebied zijn de volgende elementen te vinden:

  • Er is een droge zandkop in de buurt. Deze moet minimaal twee are groot zijn en het grondwater moet dieper dan 2 meter onder het maaiveld zitten. Het moet een rustige, begroeide plek zijn waar de das zijn burcht kan graven. Dus geen drukke verkeerswegen of loslopende honden;
  • Een kleinschalig landschap met veel kleine percelen van weilanden, graslanden en akkertjes met diverse landschapselementen zoals houtwallen, heggen, singels, bosjes, sloten, poelen enzovoort;
  • Op bemeste weilanden die intensief worden begraasd door koeien of paarden, zijn veel regenwormen te vinden voor de das. Onder de poep van koeien of paarden zal de das ook zoeken naar larven, mestkevers en wormen;
  • Kruidenrijke graslanden of bosranden die niet of weinig worden beheerd, herbergen veel muizen. Dit is aantrekkelijk voedsel voor de das;
  • Poelen, sloten en oevers van water zijn aantrekkelijke stukjes voor de das om kikkers, insecten en muizen te vangen;
  • Bij de aanleg van extra houtwallen, singels en heggen moet je vruchtdragende bomen en struiken aanplanten. Denk hierbij aan appel, peer, wilde kers, mispel, braam, vogelkers, vlier, meidoorn of wilde roos;
  • Hoogstamfruitboomgaarden worden bezocht door dassen die hier valfruit komen halen. Houd de das niet buiten door dichte rasters en gaas te plaatsen;
  • Door boomstammen in het bos te laten liggen, zijn er extra schuilplekken voor salamanders, slakken of kevers. Deze zullen in aantal toenemen en daarvan zal de das profiteren door af en toe te neuzen onder die stukken hout;
  • Beukenhagen zijn aantrekkelijk voor de larven van de meikever. Die larven, engerlingen genaamd, zijn goed voedsel voor de das;
  • Akkers waarvan stukken niet geoogst worden zijn aantrekkelijk voor de das. Maïs en gerst eet de das graag;
  • Dassen hebben een hekel aan zwemmen. Ze lopen liever honderd meter om aan de andere kant te komen. Van een loopplank (met gaas erop tegen het uitglijden) over het water zal de das zeker gebruik maken;
  • Aanleg van dassentunnels- en rasters voorkomt dat dassen op de weg worden doodgereden.

Beheer

Het leefgebied van de das heeft enige vorm van beheer nodig. De houtige opstanden kunnen met hakhoutbeheer eens inde 5 of 10 jaar worden afgezet. Met het vrijkomende takhout kunnen takkenrillen- en bulten worden gemaakt. Daar kunnen kleine zoogdieren en zangvogels van profiteren. De boomstammen kan je ook laten liggen als schuilplaats voor amfibieën en kleine insecten. Dit is allemaal aantrekkelijk voor de das.
Beweide weilanden vindt de das fijn als ze goed bemest worden en niet te droog zijn. Hier zijn dan veel regenwormen te vangen. De grazige en ruige stukken moeten extensief beheerd worden, waarbij bemesting achterwege moet blijven en stukken niet gemaaid of begraasd worden. Van de akkers zou je de randen niet moeten oogsten, zodat er altijd voedsel is te vinden voor de das. Landschapselementen zoals houtwallen, hagen, singels, erfbosjes, slootkanten en poelen moeten goed beheerd worden en de aanleg moet worden gestimuleerd.

Verspreiding in Overijssel

Actueel en potentieel leefgebied voor de das in Overijssel is mede bepaald aan de hand van het bekende verspreidingsbeeld. Ook oude verspreidingsgegevens van Das en Boom hebben daar aan bijgedragen. Er is een landschapsanalyse gemaakt waarbij gelet is op geschikte burchtlocaties en voedselgebieden, die dichtbij elkaar moeten liggen. Gebieden met een dicht wegennet, veel recreatie en bebouwing en een intensieve landbouw scoorden negatief als potentieel leefgebied voor de das. Met name de hogere zandgronden in het midden van Overijssel, zijn gunstig voor de marterachtige. Inmiddels is duidelijk dat de das zich langzaam uitbreidt richting Twente. De natte gebieden en polders in het westen en noordwesten van Overijssel, laat hij links liggen.


Terug naar planten en dieren in overijssel
Das en Vecht
logoStichting das en vecht
Een enthousiaste groep vrijwilligers die alles in het werk stelt voor de das in het Vechtdal