Wat zie je?

In Overijssel bevinden zich hoge bulten die vaak plotseling oprijzen uit het landschap. Deze bulten worden stuwwallen genoemd, en hebben over het algemeen een noord-zuid ligging. Veel van deze stuwwallen zijn bebost waardoor ze niet alleen opvallen door hun omvang, maar ook door de grote aaneengesloten bossen. Op de overgang van de stuwwal naar de lager gelegen vruchtbare weidegronden liggen Middeleeuwse boerendorpen. Soms liggen verspreide boerderijen langs de beken die op de stuwwal ontstpringen.

Bulldozerbulten

Tijdens de voorlaatste ijstijd (200.000 tot 130.000 jaar geleden) werd de noordelijke helft van Nederland bedekt met landijs. Het ijs kwam in de vorm van gletsjertongen ons land binnen vanuit het noorden. Deze gletsjers schoven als een bulldozer allerlei materialen voor zich uit en stuwden het op naar voren en opzij. Deze bulten worden stuwwallen genoemd.

SKMBT C25312022411260

Van kale bult naar beboste top

Stuwwallen waren vanouds geliefde woonplekken. Vanaf de vroege Middeleeuwen werden er nederzettingen gesticht onderaan de stuwwallen, waar de stuwwal grensde aan vruchtbare weidegronden. De bewoners gebruikten de flanken van de stuwwal voor hun akkers en de lager gelegen nattere gronden als weiland en hooiland. Op de hoogste delen van de stuwwal lagen de woeste gronden: gronden die het dorp gezamenlijk in beheer had en die voornamelijk bestonden uit uitgestrekte heidevelden, slechts plaatselijk begroeid door bossen. Op de heide werden de schapen geweid en werd plaggen gestoken.

Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werden de heidevelden voor een groot deel beplant met bomen, zodat er nu weinig meer over is van de kale bulten zoals ze eens geweest zijn. Bomen waren toen een goede investering omdat de mijnbouw opkwam. Voor het stutten van de mijngangen waren vooral dennenbomen erg geliefd. Door de komst van de kunstmest was de mest van de schapen niet meer nodig en dus kon de heide ingezet worden voor de bossen.

Waar vind je het ijstijdlandschap?

Op de grens van Salland en Twente ligt een rij heuvels met van noord naar zuid de Besthmenerberg, Archemerberg en Lemelerberg, de Sallandse Heuvelrug en de heuvels rondom Markelo. In Twente zijn de grootste stuwwallen die van Ootmarsum en van Oldenzaal-Enschede. Op deze laatste stuwwal ligt het hoogste punt van Overijssel, de Tankenberg met bijna 82 meter +NAP. Daarnaast komen er in Twente nog een paar kleinere, losse hoogten voor. In de Kop van Overijssel liggen rondom Steenwijk een aantal heuvels, evenals bij Vollenhove. De Markeloseberg, Kuiperberg, Lemelerberg en Luttenberg zijn een aantal voorbeelden van stuwwallen waar je lopend door prachtige natuur kunt genieten van fantastische uitzichten.