Wat zie je?

Het jonge ontginningslandschap kent twee gezichten. Aan de ene kant het boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. Het is een grootschalig landschap met over het algemeen weinig perceelrandbegroeiingen. Het andere gezicht zijn de dicht beplantte grote productiebossen, vaak bestaande uit dennen, die als grote groene vlekken in het landschap liggen.

Woeste gronden

Op de zandgronden is vele eeuwen lang een landbouwsysteem in gebruik geweest van gemengde boerenbedrijven, waarbij alle delen van het landschap in gebruik waren. De ‘woeste gronden’ waren onder andere de grote gezamenlijke heidevelden waar de schapen werden geweid en plaggen werden gestoken. Zie het Oud zandlandschap. Door een toename van de bevolking was meer landbouwgrond nodig. In de achttiende en negentiende eeuw werden de akkers uitgebreid ten koste van de woeste gronden. Ook begon men in de negentiende eeuw met de aanleg van (dennen)bos. Dit hout was nodig voor de het stutten van de mijngangen in de opkomende mijnindustrie. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam kunstmest op grote schaal beschikbaar. Mede hierdoor nam de ontginningen van de heidevelden een grote vlucht: de heidevelden waren niet meer nodig. In 1961 werden de ontginningen formeel beëindigd omdat men de resterende woeste gronden als ‘natuurgebieden’ wilde behouden. Van de ongeveer 600.000 hectare heide in 1885 was toen nog 125.000 hectare over.

Open boerenland

De eerste ontginningen waren kleinschalig, aan de rand van het oude cultuurland, met veel perceelrandbegroeiingen. In de loop van de negentiende eeuw werden de heideontginningen steeds grootschaliger. Dit waren vaak ontginningen in opdracht van grootgrondbezitters, cultuurmaatschappijen (zoals de Heidemij) of groepen boeren. Deze grootschalige ontginningen bestaan uit bossen of uit open, rechtlijnige landbouwgronden met minder perceelrandbegroeiingen. Na de Eerste Wereldoorlog werd op grote schaal gebruik gemaakt van prikkeldraad, waardoor deze ontginningen een nog opener karakter hebben.

Waar vind je het jong ontginningslandschap?

Het jong ontginningslandschap vind je voornamelijk in Salland en Twente, op de zandgronden. Staatsbosbeheer heeft een belangrijke rol gespeeld in de aanleg van bossen. Soms waren dit werkloosheidsprojecten gedurende de crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Zo is bijvoorbeeld Boswachterij Staphorst ontstaan, middenin het jong ontginningslandschap tussen de Reest en Punthorst. Een iets eerder ontgonnen gebied is Dalmsholte, grofweg tussen Dalfsen en de Lemelerberg. Wil je weten hoe de woeste gronden eruit zagen voordat ze ontgonnen werden? Het Boetelerveld is hiervan een mooi voorbeeld.