Natuur-inclusieve landbouw: voorwaarde voor een houdbaar voedselsysteem

5 april 2018

ooievaars in het gemaaide gras

De Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (RLi) constateert in haar recent verschenen rapport “Duurzaam en gezond: samen naar een houdbaar voedselsysteem” dat de klimaatopgave die Nederland zich gesteld heeft onvermijdelijk leidt tot minder productieruimte voor de veehouderij en tot verandering van ons menu. En zij adviseert het kabinet met nieuw voedselbeleid op deze omslag te anticiperen. Dat is een advies dat krachtig invulling verdient. Niet alleen omdat we de klimaatopgave willen realiseren, maar omdat de landbouw in Nederland anders moet. Biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid staan zwaar onder druk, wat ernstige gevolgen heeft voor onze toekomstige voedselproductie.

De RLI legt nadrukkelijk de koppeling tussen de klimaatopgave en de doorwerking in de veehouderij. Die concretisering maakt de gevolgen van de veehouderij voor het klimaat direct zichtbaar, en biedt aangrijpingskansen voor maatregelen. Niet alleen omwille van het klimaat, zeer zeker ook ten bate van natuur, landschap, en de leefbaarheid van het platteland.

Het rapport is feitelijk één groot pleidooi voor een andere landbouw. Directeur Hank Bartelink van LandschappenNL: “De transitie van de landbouw is van grote urgentie. We hebben in Nederland een landbouw ontwikkeld die roofbouw pleegt op de natuurlijke hulpbronnen. Het roer moet om. LandschappenNL heeft haar opvattingen daarover neergelegd in een position paper. Maar het draait niet alleen om de landbouw, het gaat ook om het leefbaar houden van het platteland. Een integrale aanpak is daarvoor noodzakelijk, LandschappenNL werkt daarom nauw samen met boerenorganisaties om veranderingen in gang te zetten.”

Het failliet van de hedendaagse landbouw is geen probleem van de boer, het is een maatschappelijk probleem. Terecht dus dat de RLi ook de ketenpartijen en de consumenten in haar advies betrekt.

Opmerkelijk is wel dat de RLi nauwelijks rept over de akkerbouw, noch over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De biodiversiteit in het landelijk gebied is de laatste decennia drastisch teruggelopen en de kwaliteit van natuurgebieden staat onder druk. Zeker in het licht van de dramatische daling van de biodiversiteit, met de massale insectensterfte symbool, is daar op het gebied van kwaliteit van de leefomgeving veel te winnen. Bartelink: “Een rijke biodiversiteit en een hoogwaardig landschap zijn randvoorwaarden voor een duurzame landbouw. Die moeten we samen vormgeven, met een integrale kijk op het landelijk gebied”.

De noodzakelijke omslag van de landbouw is, zoals onderzoeksinstituut Louis Bolk eerder uitwees, niet zozeer een kwestie van meer geld: de extra kosten voor natuur-inclusieve landbouw zijn vergelijkbaar met de besparingen op milieugebied. Wel is het daarbij zaak dat verevening plaats vindt tussen diegenen met de lasten en diegenen met de lusten. Onvermijdelijk ligt hier een rol voor de overheid, fiscale maatregelen zouden een bijdrage kunnen leveren.

De RLi laat zien dat het klimaatvraagstuk is gekoppeld aan ons voedselsysteem en daarmee aan onze manier van boeren. Ontegenzeggelijk is er veel te winnen bij een transitie van de huidige landbouw naar een natuur-inclusieve landbouw. Dat zal veel winst opleveren voor de kwaliteit van ons voedsel en van onze leefomgeving. En bijdragen aan de innovatie van de landbouw.

Bron: LandschappenNL


Terug naar nieuws