Oud zandlandschap

Oud zandlandschap, Michiel Pothof

Wat zie je?

Het oude zandlandschap is echt boerenland. Akkers en weilanden wisselen elkaar af. Vanouds liggen de akkers op de hogere plekken in het landschap. Soms in grote open akkercomplexen waar alle akkers van één dorp bij elkaar liggen, ook wel een es genoemd. En soms zijn het verspreid liggende boerderijen met een eigen akker, ook wel een eenmanses of een kamp genoemd. De graslanden liggen op de lagere, nattere plekken in het landschap, vaak langs een beek. De vaak lange en smalle percelen worden afgescheiden door sloten en houtwallen. Het wegenpatroon volgt de vormen van het landschap en is daarom onregelmatig en slingerend, soms zelfs met een spinragstructuur.

Stuivend zand

Tijdens de laatste ijstijd heerste er in Nederland een poolklimaat. De ondergrond was permanent bevroren en er was heel weinig begroeiing. De straffe westenwinden verplaatsten veel zand en grote delen van Overijssel werden bedekt met een deken van zand. Deze golvende deken van zand bestaat uit hoogten en laagten met een verschil van zo’n een à twee meter. Er is zo een reliëfrijk, golvend landschap ontstaan met zandlaagten en zandkopjes dat doorsneden wordt door een aantal veel oudere en hogere stuwwallen (zie IJstijdlandschap).

Oudste landschap

Het zandlandschap is het oudste landschapstype van Nederland. In het natte Nederland waren de hoger gelegen zandgronden de droogste plekken. Droge plekken nabij water waren het meest geliefd om te wonen. Dit waren de plekken op de flanken van de zandkopjes en stuwwallen. De akkers werrden op de nog hogere delen aangelegd, en in de lagere delen -meestal langs een beek- lagen de graslanden. Deze graslanden werden gebruikt als weiland voor het vee en -de nog nattere delen- als hooiland. Houtwallen en sloten dienden als perceelafscheiding, voor de ontwatering en als afrastering. Het hout werd gebruikt als brandhout en voor allerhande allerlei zaken in en om het huis, zogenaamd geriefhout.

De hoogste en meest arme gronden waar bos en heide groeide, werden de woeste gronden genoemd. Deze gronden waren in gezamenlijk bezit van de boeren van een bepaald dorp, ook wel een marke genoemd. Voor en tijdens de Middeleeuwen werden deze bossen beweid door varkens en koeien, maar door overbegrazing en plaggen zijn de meeste bossen verdwenen en hebben ze plaats gemaakt voor heidevelden en stuifzanden. De heidevelden werden vooral door schaapskudden begraasd en er werden heiplaggen gestoken die vermengd werden met de uitwerpselen van het vee om als mest over de akkers te worden verspreid.

Overijssel kent twee hoofdtypen in de zandlandschappen: het meer grootschalige zandlandschap van de stuwwallen en de grotere zandruggen en het kleinschalige zandlandschap van de zandkopjes. In het zandlandschap van de stuwwallen zijn grote akkercomplexen, ook wel essen genoemd, en dorpen ontstaan. De kleinere zandkopjes werden individueel ontgonnen waardoor een contrastrijker en kleinschaliger landschap is ontstaan met verspreide erven en eenmansessen.

Eind negentiende eeuw kwam kunstmest beschikbaar. Dit heeft grote gevolgen gehad voor het systeem van het gemengde boerenbedrijf zoals dat eeuwenlang had gefunctioneerd. De mest van de schapen was niet meer nodig en zo verloren de woeste gronden hun nut. De woeste gronden werden vaak beplant met bos voor de houtproductie. Na de Tweede Wereldoorlog is op veel plekken door de mechanisatie, ruilverkaveling en schaalvergroting veel van de oude structuren verdwenen. Toch zijn er in Overijssel nog vele plekken te vinden waar de oude structuren van het oude zandlandschap zijn terug te zien.

Waar vind je het oude zandlandschap?

Het oude zandlandschap vind je voornamelijk in Salland en Twente. Hier liggen de hogere zandgronden van Overijssel. De grotere esdorpen vind je voornamelijk in Twente, onder andere op de vele stuwwallen. Een voorbeeld hiervan is de Usseleres en de Ageler es van Groot Agelo. Langs de Vecht ligt ook een lint van esdorpen, zoals Bergentheim, Diffelen, Beerze, Junne en Vilsteren. In Salland is meer sprake van verspreide boerderijen en eenmansessen. Dat komt omdat in Salland een kleinschalig wasbordpatroon ligt van zandkopjes en zandlaagtes. Rondom bijvoorbeeld Heino is nog veel van die kleinschaligheid en afwisseling te zien.

Bij het oude zandlandschap horen ook de vele landgoederen die Overijssel rijk is. Een mooi voorbeeld hiervan is Hof Espelo.