Boomkikker duurzaam tussen Aamsveen en Witte Veen

boomkikker, Mark Zekhuis

500 roepende mannetjes

 

De boomkikker heeft een beperkte verspreiding en komt vooral nog voor in de provincies Gelderland (Achterhoek) en Overijssel (Twente). In Limburg, Noord‐Brabant en Zeeland (Zeeuws Vlaanderen) heeft de soort ook nog enkele belangrijke populaties. Vroeger was deze verspreiding echter veel ruimer en strekte zich hoofdzakelijk uit over de moerasgebieden en overstromingsvlaktes in beek‐ en rivierdalen van het Pleistocene landschap. Waar de soort voor 1950 uit 198 uurhokken bekend was, resteerde in 1990 nog slechts circa 35 uurhokken (Crombaghs et al., 2006). Dit komt neer op een achteruitgang van ca. 80%.

In Overijssel deed zich een achteruitgang van 52% voor (Crombaghs et al., 1993). Oorzaken voor deze achteruitgang waren vooral te vinden in waterhuishoudkundige ingrepen en schaalvergroting in de landbouw. Om deze achteruitgang een halt toe te roepen zijn op tal van plaatsen maatregelen genomen. Hierbij zijn basisbiotopen, landschapselementen (o.a. houtwallen en struwelen) en ecologische verbindingszones aangelegd, zijn bestaande landschapselementen hersteld en is het beheer beter afgestemd op de boomkikker.

Op verschillende plaatsen heeft dit tot (groot) succes geleid, zoals in de Zuid‐Eschmarke (zie Braad, 2000). Vanaf het einde van de jaren tachtig tot 1995 zijn hier herstelmaatregelen genomen. Van de slechts 20 roepende mannetjes in 1985 werden er in 1990 nog maar vier gehoord. In 1996 werden alweer 70 roepende mannetjes gehoord en in 2000 en 2001 werden 200‐250 roepende boomkikkers geteld. Ook werden toen weer voor het eerst boomkikkers in Smalenbroek gehoord (Crombaghs et al., 2006)

Download het rapport over de boomkikker in Zuid Twente >>