Rivierenlandschap

Rivierenlandschap, Michiel Pothof

Wat zie je?

Het landschap van de rivieren wordt in eerste instantie bepaald door de aanwezigheid en de dynamiek van het water. Het water kronkelt rustig door soms brede en soms smalle uiterwaarden waar koeien grazen en vaak bijzondere natuur voorkomt. De uiterwaarden worden begrensd door dijken. Achter deze dijken komt bewoning voor op door de rivier gevormde oeverwallen. Deze oeverwallen worden vanouds gebruikt voor de akkers. De lagere gronden achter de dijk zijn natter en zijn alleen geschikt als grasland. Vanwege de ontwatering zijn deze doorsneden door lange, rechte sloten.

Zand en klei

De rivieren in Nederland zijn laaglandrivieren, wat betekent dat het om rivieren gaat waarbij het verval relatief klein is en het water dus rustig stroomt. Ze hebben weinig kracht om zich in de ondergrond in te slijten. Om het water toch kwijt te raken, gaan ze in een bredere bedding stromen en ontstaat er een trage, brede loop met ruime bochten (meanders). Een rivier breekt materialen af en zet dit bij overstromingen weer af. Eerst de grotere en zwaardere zanddeeltjes. Hoe verder van de rivier af hoe trager het water stroomt. Daar worden de kleinere kleideeltjes afgezet. Zo vormt de rivier zandige oeverwallen van soms wel honderden meters breed, soms nog verder opgewaaid tot hoge rivierduinen, met verder van de rivier af de lager gelegen en nattere kleigronden, ook wel kommen genoemd.

Hoog en droog

In het lage en natte Nederland vormden de hoger gelegen gronden langs de rivieren al sinds de prehistorie aantrekkelijke woonplaatsen omdat hier hele gunstige vestigingsfactoren aanwezig waren: de aanwezigheid van water, hogere gronden om op te wonen en akkerbouw op te plegen, en achter de oeverwallen lagere nattere gronden die regelmatig overstromen en daardoor vruchtbaar worden en zeer geschikt zijn als grasland voor het vee. De oeverwallen waren daarom in de Romeinse tijd al relatief dichtbevolkte streken. Om hun woonplaatsen en akkers te beschermen werden al in de Middeleeuwen dijken aangelegd. In de veertiende eeuw was het systeem van aaneengesloten dijken langs de rivieren al voltooid.

Waar vind je het rivierenlandschap?

Rivieren hebben vaak gediend als grens. In Overijssel is dat ook zo. De grootste rivier van Overijssel is de IJssel, die op de grens van Gelderland en Overijssel ligt en waaraan de provincie haar naam te danken heeft. De Vecht, de Regge en het Zwartewater zijn de drie kleinere rivieren die door de provincie stromen. Bij het rivierenlandschap horen ook de uiterwaarden, zoals de Ossenwaard bij Deventer en de Buitenlanden Langenholte tussen de Vecht en het Zwarte Water. Een mooi voorbeeld van een dorp op een oeverwal langs de IJssel is Zalk.