Zeekleilandschap

Zeekleilandschap, Michiel Pothof

Wat zie je?

Hoewel het nu moeilijk voor te stellen is, kent Overijssel een landschap dat ontstaan is door de zee. De voormalige Zuiderzee heeft in het westen van Overijssel vruchtbare klei afgezet, waardoor er een open en weids landschap met voornamelijk graslanden is ontstaan. Van de strijd tegen het water getuigen de dijken en de bewoning op terpen, in deze streek ‘belten’ genoemd.

Van meer naar zee naar meer

Rond de jaartelling was een groot deel van Nederland overdekt geraakt met veen. Midden in Nederland lagen een aantal grote meren midden in dit veen die na verloop van tijd in het noordwesten een verbinding kregen met de Noordzee. Zo ontstond het Almere, het huidige IJsselmeer. In de eeuwen daarna werd deze verbinding steeds groter en breidden de veenmeren enorm uit. Daardoor kreeg de zee steeds meer invloed door middel van getijdenwerking en de verzilting van het water. Vooral bij noordwesterstormen en hoogwater werd het zeewater het binnenmeer in gestuwd en overstroomde het land. Hierbij ging soms land verloren. Maar er werd ook vruchtbare klei afgezet. Rond 1200 na Chr. bereikte het Almere zijn maximale omvang en kreeg het meer het karakter van een binnenzee waarna de naam Zuiderzee in gebruik kwam. Met het afsluiten van de Zuiderzee in 1932 met de Afsluitdijk, werd de zee weer een meer, het IJsselmeer. Een deel van de Zuiderzee werd drooggemaakt waardoor de Noordoostpolder en Flevoland ontstonden en de zeekust op sommige plekken bijna niet meer als zodanig is te herkennen.

Natuurlijk landuitbreiding in de Zuiderzee vond plaats bij de monding van de IJssel bij Kampen. In de veertiende eeuw had de IJssel hier een delta gevormd met vele eilandjes, zandplaten en geulen. De eilandjes werden langzamerhand bewoond en bedijkt en vergroot. Deze eilandjes zijn aaneengegroeid tot het Kampereiland. Landaanwas vond ook plaats door de bedijking van de aan de zee grenzende kleigronden, waardoor er langs de hele kust polders zijn ontstaan.

Belten, polders en zeesteden

Door de regelmatige overstromingen langs de kust werd er een laag zeeklei afgezet die vooral geschikt is voor gras. Hier vind je dan ook voornamelijk wei- en hooilanden. In dit door water gedomineerde landschap ging men wonen op natuurlijke hoogtes in het landschap. In verband met overstromingen werden deze in de loop van de tijd nog meer verhoogd tot huisbelten. Ook werden stukken land ingepolderd door het aanleggen van dijken. Deze vaak natte stukken land moesten ontwaterd worden. Daarvoor werden er veel lange, smalle sloten aangelegd: hoe natter het gebied, hoe dichter het slotenpatroon. Voor de afwatering van al dat water moesten er aan de kust sluizen aangelegd worden. Aan de kust ontstonden ook enkele havensteden, zoals Vollenhove en Blokzijl.

Hoewel de overstromingen van de zee zorgden voor bemesting van de gronden, leverde de zee ook veel gevaar op. Dijken en huisbelten verwijzen naar de strijd tegen het water. Dat de mens ook vaak verloor van het water bewijzen de vele doorbraakkolken langs de zeedijken. Na de doorbraak moest de dijk om de kolk heen gelegd worden waardoor veel dijken bijna romantisch kronkelende elementen in het landschap zijn geworden.

Waar vind je het zeekleilandschap?

Het zeekleilandschap bevindt zich in het uiterste westen van Overijssel, langs de kust van de voormalige Zuiderzee. Een bijzonder voorbeeld van het zeekleilandschap is het Kampereiland met de vele al zeer oude huisbelten. Bij Kampen vind je een mooi voorbeeld van een zeekleipolder, de Polder Dronthen. Langs de Zwartendijk en Venedijk Zuid bij Kampen zijn heel veel kolken te zien. Veel van de buitendijkse gebieden, Buitenlanden of Uiterdijken genoemd, zijn nu natuurgebieden. Een mooi voorbeeld zie je bij de Vollenhoofsche Uiterdijken en het Zwarte Meer.